PUNK, LANG LEVE DE LOL 
DEEL EEN: GEVLUCHT UIT CASTRICUM
In 1998 maakte Alfred Broer de documentaire "Punk, Lang Leve de Lol". In deze documentaire over het punkverleden van de regisseur speelt het fotoboek "Paradiso Stills" van Max Natkiel een belangrijke rol. Aan de hand van foto's van punks die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig onder meer Paradiso bezochten (omdat daar toen regelmatig punkbands optraden, ook Nederlandse) onderneemt Broer een speurtocht naar zijn maatjes uit het verleden. Hij vindt daarbij onder meer de op deze site al meermalen genoemde Henk Smit (voorheen uitbater van No Future Records in de Hartenstraat en eigenaar van de labels Graaf Hendrik en Kangaroo records), Jaro, Louise (de vriendin van Ivar Vics alias Dr. Rat) en een aantal anderen. Daarnaast wordt ook café de Tichel genoemd als pleisterplaats van de toenmalige Amsterdamse punkscene. De eigenaren van dit café waren soms "substituut-vaders" voor de vaak uit gebroken gezinnen afkomstige punks. Op wonderbaarlijke wijze wisten zij ervoor te zorgen dat het nooit echt uit de hand liep.
Ook wordt in de documentaire de geschiedenis van het punk-kraakpand Oosteinde beschreven. De enigszins chaotische leefwijze van de bewoners van dit pand spreekt ook heden ten dage nog sterk tot de verbeelding, regelmatig moesten er door Amsterdamse punkbands benefiet-concerten worden gegeven om de gas en licht-rekening te kunnen betalen. Uiteindelijk liep het, vooral omdat een aantal van de bewoners van het relatief onschuldige bier op heroine overgingen, helemaal fout en werd het pand ontruimd.
Hieronder volgt een ruime samenvatting van wat in deze documentaire aan de orde komt,
met hier en daar wat aanvullend commentaar van mij.
Alfred Broer: Ik was dertien jaar, kwam uit een gereformeerd gezin en had voortdurend conflicten met mijn ouders. Mijn oudere zus ging al niet meer naar de kerk, dus ik was hun laatste hoop. Toen ik punk werd barstte de bom, mijn ouders zagen mijn punkvrienden natuurlijk als een slechte invloed op mijn gedrag, ik werd onhandelbaar en stal flinke bedragen uit mijn moeder's portemonnee. Samen met mijn vriend John besloot ik toen van huis weg te lopen. Dat was vooral de zucht naar avontuur, maar kwam ook voort uit verveling. We woonden in Castricum en daar was echt helemaal niets te beleven. We wilden ook een concert van The Ramones en UK Subs zien en dat mocht niet van onze ouders, die vonden ons daarvoor veel te jong. We zijn toen naar Amsterdam gegaan en hebben daar een paar dagen door de stad gezworven. We sliepen in een tuinhuisje, in een trapportaal en in een kraakpand.
John: Voor mij is dat avontuur nog bijzonder onprettig afgelopen. Toen we bij Paradiso aankwamen en ik in de rij stond voor het concert bleken mijn vader en mijn oom daar ook naar toe te zijn gegaan. Ik werd in mijn kraag gevat en naar de auto gebracht om terug naar huis te worden gebracht. Van het concert heb ik uiteindelijk niets gezien.
Alfred: Jaro, kan je vertellen wie je nog wel eens ziet uit het boek van Max Natkiel ?
Jaro: een aantal mensen zie ik nog regelmatig, zoals Louise. Zij was de vriendin van Ivar Vics,
alias Dr. Rat (in 1981 overleden aan een overdosis heroine, zie elders op deze site het Log
Voor Galg en Rat, KS). Tegenwoordig is ze niet zo kaal meer als op de foto op de voorkant van
het boek van Max, en is ze ook getatoueerd. Met haar heb ik een hele leuke tijd gehad, een
hele gezellige dame was dat altijd.
Verder Tom, ook wel Tom Cat genoemd, Lexington, een Engels meisje, heel mooi, maar die is helaas is overleden, Bertje Biertje (ook wel Broodje), die heette zo omdat hij bij de Heineken-brouwerij werkte, dat was de ideale baan voor een punker, bieren rondbrengen. Overigens was een punker met een baan in die tijd ook uitzonderlijk, maar hij was dan ook wat ouder dan de meesten van ons. En Alfred natuurlijk. Ik weet nog dat ik jou voor het eerst zag, je had een geweldige button van Johnny Moped (een Engelse punkband, KS) met een detail van de neus van de zanger met een wrat erop. Dat vond ik een geweldige button, ik had sowiso nog nooit een Johnny Moped-button gezien. Die heb ik toen van je gehad. Ik speelde toen in mijn eerste bandje PCX. Dat stelde nog weinig voor, het drumstel bestond uit twee pannen, en de rest van de installatie was ook heel primitief. In het gekraakte NRC-gebouw in de Paleisstraat werd geoefend, we traden daar ook op in de punkclub No Name die in hetzelfde pand zat. We gingen ook wel naar discotheken als FF en Gigi's, maar dat was niet echt onze hang-out, als punks voelde je je daar toch niet echt thuis. Dat gold wel voor café de Tichel (in de Tichelstraat, in de Jordaan, KS). Daar was een soort huiskamersfeer, ook door Jos, de eigenaar. Je werd daar helemaal geaccepteerd, ze hadden ook een soort sociale functie in de buurt, waar ze geloof ik ook subsidie voor kregen.
Jos (eigenaar van de Tichel): Veel van die punks waren nog erg jong, en het was opvallend dat de meeste van hun ouders geen enkele interesse leken te hebben in hun kinderen. Er waren eigenlijk maar twee stellen ouders die wel eens langskwamen om te zien wat hun kinderen hier eigenlijk deden. Daarom voelde ik me wel verantwoordelijk voor ze. De jongsten schonk ik geen bier maar sneeuwwitjes (bier met Seven-Up, KS). Henk zat toen al achter de vrouwtjes aan, hij werkte achter de bar. Zijn favoriete band was Angelic Upstarts, dat zette hij altijd op.
We hebben ook nog eens een voetbal-team geformeerd waar ook een aantal punks in speelden. Jos toont de indrukwekkende graffiti in de WC van het café, met onder meer 'tags'
van Dr. Rat, de Zweetkutten uit Alkmaar, Jezus and the Gospelfuckers, Last Few (met mijn
vriend Herry, KS) en van Sham en Erix, die elk weekend met de fiets helemaal uit Den Haag
kwamen om de Tichel te bezoeken. Het trouwens opvallend dat die punks uit alle maatschappelijke geledingen kwamen, van upper class tot lower base. Er waren elegante punkmeisjes die de hele avond mooi zaten te zijn, maar ook lelijke meisjes die als het ware onderdoken in de punkscene omdat dan niet opviel dat ze niet moeders mooiste waren. De mooie meisjes werden allemaal maar mooier naar mate ze er heftiger uitzagen.
Henk: Vroeger wou ik graag een meisje hebben, maar dat lukte niet zo omdat ik lang haar had en flaporen. Dat moest je allemaal een beetje zien te verbergen. Toen de punk kwam was dat iets nieuws voor mij, daardoor kwam ik makkelijker met meisjes in contact, en met een vlotte babbel kwam je een heel eind. Ik deed rare dingen in die tijd, zoals het tekenen van een hakenkruis op mijn wang, alleen om te shockeren, dat was helemaal niet politiek of zo. Ook stak ik bewust mijn overhemd in brand of droeg een hondenketting om mijn nek. In de Tichel ging ik achter de bar werken, dan kreeg ik tenminste gratis bier. Ook dat was weer makkelijk om met meisjes in contact te komen, dat je achter de bar stond gaf een zeker aanzien, en dan kon je ze een gratis biertje aanbieden. Daarna ging je dan flink tekeer met zo'n meid op de WC of als de WC bezet was in de douche.
Jaro: Punk heeft voor mij altijd te maken gehad met persoonlijke vrijheid, door punk was ik in staat om mijn eigen ruimte om me heen te creëren. Dat was niet zozeer politiek maar meer individueel gericht. Toen ik van school werd gestuurd omdat ze het daar helemaal met me gehad hadden, durfde ik dat niet persoonlijk aan mijn moeder te vertellen. Ik heb haar toen een briefje geschreven dat ik even tot mezelf wilde komen. Ik ben toen gaan wonen in de kelder van een kraakpand aan het Oosteinde (vlakbij het Frederiksplein en de Nederlandse bank, KS). Dat het een kraakpand was deed me weinig, maar wel dat je er kon doen wat je wilde, dat heeft dus weer met het streven naar persoonlijke vrijheid te maken.
Louise: Ik heb laatst een schilderij van Ivar gemaakt, voor mij leeft hij eigenlijk nog. De punktijd is een hele heftige tijd voor mij geweest, er is toen heel veel gebeurd in relatief korte tijd. Achteraf voelt het alsof ik al die tijd op een roze wolk heb geleefd, ik was eigenlijk geen moment nuchter. Punk was voor mij een ontsnapping uit de burgerlijkheid van mijn ouderlijk huis en mijn moeder. Vanaf het moment dat ik op het Vossius-gymnasium mijn eerste joint rookte is het snel bergafwaarts gegaan. Op die school had ik een leraar, Chris de Grouw, die mij The Sex Pistols liet horen. Dat vond ik helemaal te gek, schreeuwen, je van niemand iets aantrekken, overal maling aan hebben. Er waren in die tijd heel veel jonge mensen zoals ik, dus ik vond vrij snel aansluiting.
Alfred gaat op zoek naar Monique Mulder, die hij in 1980 voor het laatst heeft gezien. Omdat hij weet dat zij als fotomodel werkte, gaat hij naar een modellenbureau waar men een adres van Monique in Amstelveen heeft. Bij een bezoek aan dit adres blijken de bewoners allang verhuisd te zijn. De huidige bewoonster weet niet waar heen.
(Wordt vervolgd in Deel 2)
|