nederpunk.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Rattenkwaad deel 1, sectie 3: DADDY IS MY PUSHER

    SPIRAL SCRATCHING

     

    "Nostalgia for an age yet to come"

     Buzzcocks, Nostalgia, 1978

     De wereldwijde punkgeschiedenis is altijd gepaard gegaan met de ontwikkeling van een alternatief circuit, op sociaal, maar ook op economisch niveau. De afkeer van grote nationale en multinationale platenmaatschappijen leidde tot de 'do it yourself' gedachte, het moest mogelijk zijn om je eigen platen uit te brengen, en zodoende de traditionele productie-, distributie-, marketing- en publiciteitsmachines te omzeilen.

     

     

    Een van de eerste voorbeelden hiervan vinden we in Manchester in 1977, waar

    The Buzzcocks met geleend geld het label 'New Hormones' opzetten, en de

    'Spiral Scratch ep' uitbrengen. Later wordt New Hormones opgekocht door

    United Artists, en is het nog slechts in naam een onafhankelijk label, dat

    overigens nog jarenlang platen blijft uitbrengen[1]. Spiral Scratch verkoopt,

    zonder noemenswaardige publiciteit, in vier dagen tijd duizend exemplaren.

    Uiteindelijk bedraagt het aantal verkochte exemplaren in juli 1977, een

    half jaar na de release, ruim 16.000.

    Dit voorbeeld vindt overal in Engeland navolging. Labels als Small Wonder, Step Forward, Absurd, Cherry Red, Crass, Deptford Fun City, Factory en vele andere bepalen de komende jaren sterk het gezicht van de punkscene.

    Daarnaast zijn er kleine labels als Stiff en Chiswick die een graantje willen

    meepikken van de nieuwe golf en die, hoewel aanvankelijk meer op pubrock

    en rock 'n' roll gericht, zich steeds meer op punk en new wave gaan richten.

    Natuurlijk zijn er ook punkbands die bezwijken voor de verleiding van een

    contract met een grote maatschappij. Zo tekent The Clash bij CBS, The Jam
     bij Polydor en The Sex Pistols achtereenvolgens bij A. & M., EMI en Virgin

    (toen de kleinste van deze drie !).

     
    Weer anderen beginnen hun carrière bij een klein label, om vervolgens naar

    een groot label over te stappen als het kleine label de productie en distributie

    niet meer aankan (vgl. Sham 69, die hun eerste single bij Step Forward uit-

    brengen en later tekenen bij Polydor).

     
    In de Verenigde Staten en Canada is sprake van een soortgelijke ontwikkeling, met labels als What ?, Dangerhouse en Plan 9 (VS), Sudden Death en Quintessence (Canada), voorlopers van de latere hardcorescene in deze landen. In de VS duurt het alleen
    wat langer voordat de grote labels zich massaal op hardcore storten. Wellicht heeft dat
    te maken met de meer traditionele cultuur en het aanzienlijk extremere karakter van
    de teksten en imagoos van Amerikaanse hardcore-bands. Dat blijkt vaak al uit de
    namen. The Dead Kennedys schokt de gemiddelde burger toch veel meer dan b.v.
    The Clash.
     
    DADDY IS MY PUSHER

    "I'm only ten years old

     and dressed up like a punk

    cos my daddy told me so

    dressed up like a punk

    Daddy is the pusher, daddy is the pimp"

                Tits, Daddy is My Pusher, 1978

    Ook in Nederland ontstaan, in navolging van de Engelse voorbeelden, kleine labels die door punks worden gerund. Zo is er Plurex, opgericht door Wally van Middendorp, de latere zanger van de new wave-groep Minny Pops en later een van de eigenaren van de hoofdstedelijke platenzaak Boudisque.

     Op het Plurex-label verschijnen de klassiekers 'Daddy is my Pusher/We're so Glad that Elvis is Dead' van The Tits uit Amsterdam (Plurex 001), waarin Wally zelf zingt, "Plastic/I Am" van The Mollesters uit Den Haag (Plurex 002) en "Don't Hide your Hate/Sex/Nothing for Me" van The Filth uit Amsterdam (Plurex 003).

    Later verschijnen op Plurex meer op de new wave georienteerde bands als Minny Pops, Flue en Vista.

    HALF TWEE

    Half Twee; I'm sick of you
    Half Twee; What are you gonna do
    Half Twee; So tough shit!
    Half Twee; What time is it?

    Half Twee Half Twee Half Twee Half Twee
    Half Twee Half Twee Half Twee Half Twee

    Half Twee; V.D. patients are dead
    Half Twee; And I'm so glad
    Half Twee; Bells on rhyme
    Half Twee; Can you spare me a dime

    Half Twee Half Twee Half Twee Half Twee
    Half Twee Half Twee Half Twee Halloo

    Half Twee; Half Twee Half Twee Half Twee Half Twee
    Etc.

    Helmettes, Half Twee, 1978

    Hansje Joustra, eigenaar van de punkplatenzaak No Fun aan de Amsterdamse Rozengracht, richt in 1978 het gelijknamige label No Fun op. Op dit label komen uit "Treat me like a Doll/I Ain't no Hooker" van God's Heart Attack uit Amsterdam (No Fun no.1), "I Don't Care what the People Say/Half-Twee" van The Helmettes, eveneens uit Amsterdam (No Fun no. 1/2 2),  "Face Cover Face/Fools" van Mecano LTD uit Amsterdam (No Fun no. 2) en "Jesus Loves me But I Don't Care/You Gotta Support" van Subway uit Groningen (No Fun no. 3). Hansje Joustra was in 1973 gaan werken bij de hoofdstedelijke platen-zaak RAF in de Rijnstraat, vanaf ongeveer eind 1977 een Amsterdams punk-bolwerk, thans een multi-media gigant die zich bitter weinig met punk meer inlaat.

    Tijdens een vakantie in New York zag hij in Max's Kansas City The Heart-breakers spelen (met Richard Hell, ook actief in The Voidoids en wijlen Johnny Thunders, ex-New York Dolls). Er ging een wereld voor hem open.

    Vanuit RAF werd Joustra een belangrijke katalysator voor de verbreiding

    van punk in Nederland. Waarschijnlijk heb ik diverse platen bij hem gekocht,

    zonder te weten wie hij was. Toen punk echt doorbrak in Engeland, besloot

    Hansje RAF te verlaten en eind 1977 aan de Rozengracht voor zichzelf te beginnen met het winkeltje No Fun.
    1979 kocht ik de single van Helmettes voor twee kwartjes bij RAF. Ik had toen niet de
    indruk dat deze single ooit veel waard zou worden, eerder dat RAF hem aan de straatstenen niet kwijt kon. Momenteel 'doet' deze single op veilingsite e-bay met
    gemak € 150 tot € 200 in goede staat en met hoesje. Overigens bestaan er onbevestigde
    geruchten over een LP die Helmettes zouden hebben opgenomen onder de titel
    Like Helmettes Protect. Deze is echter nooit verschenen, en of de opnamen ooit
    gemaakt zijn en bewaard gebleven is zeer twijfelachtig. Zie voor een leuke, maar
    deels gefakete Helmettes-site http://www.halftwee.demon.nl/. Bij Jiskefet was in
    2003 een nostalgisch remake van de Helmettes classic "I Don't Care What the
    People Say" te zien.
     

    Al snel werd No Fun een 'hang-out' voor de vroege Amsterdamse punkscene. Het

    aantal bierdrinkende 'klanten' was groter dan het aantal echte kopers,

    en er werd veel gejat, maar de sfeer was er opperbest. Dankzij veel aandacht

    in de media werd de winkel landelijk en zelfs internationaal bekend. Joustra:

    "Het was soms meer een sociale werkplaats dan een platenzaak. Als ik echt

    geld had willen verdienen had ik beter een bierwinkel kunnen openen. De

    kruidenier die naast me zat heeft nog nooit zoveel omgezet als toen. Die

    punks bleven maar bier aanslepen"[2].

    De zanger van The Helmettes was de legendarische 'Half-Twee', echte naam Joris Pelgrom, die aan zijn bijnaam kwam omdat hij nooit voor half twee 's-nachts naar bed ging en evenmin ooit voor half twee 's-middags opstond. Met een dergelijke levensfiloso-

    fie moet je heel oud kunnen worden.

    Gitarist Piep ontleende zijn bijnaam aan het hoge gepiep dat hij aan zijn

    gitaar wist te ontlokken, maar dat hij een goede gitarist was, blijkt wel

    uit de solo op "I Don't Care what the People Say'.
     
    Hansje was overigens goed bevriend met de later zeer beroemd geworden striptekenaar
    Joost Swarte, die het prachtige ontwerp maakte voor de No Fun-labels en voor de hoes
    van de eerste Mecano-single Face Cover Face/Fools. Swarte maakte ook een prachtige
    hoes voor de meer op oude Rock 'n' Roll georienteerde band The Rousers uit Broek op
    Langendijk (eerste LP A Treat of New Beat).

    ROOD IN ROTJEKNOR

    "Safety pin is like religion

     safety pin is like tradition

     try to destroy

     don't want to build"

     

    Tandstickorshocks, Tradition, 1980
     
    In Rotterdam ontwikkelde zich, iets later dan in Amsterdam, eveneens een scene rond De Bunker en Kassee, en een label dat King Kong Records heette. In de platenwinkel Backstreet waren Rotterdamse punkplaten te koop. Het werd een met No Fun vergelijkbare pleisterplaats voor punks. De beide winkels wisselden platen uit en zo ontstond, ondanks de bijna spreekwoordelijke rivaliteit tussen Amsterdam en Rotterdam, toch een hecht verband.

     

     

     

    Ook internationaal werden contacten gelegd. Engelse distributeurs als

    Rough Trade en Lightning kochten een deel van de oplagen van No Fun op.

    Toen de belangstelling voor punk in 1979 sterk afnam, werd No Fun gesloten.
    Backstreet sloot zijn deuren in 1981.
     
    De eerste Rotterdamse punkband was The Rondos, een band die in 1978 werd opgericht en bestond uit Johannes van der Weert (zang), Maarten van Gent (gitaar en zang), Allie van Altena (gitaar en zang), Frank (bas) en Willem ter Weele (drums). De anarchistische Engelse band Crass is in het begin een belangrijke invloed, maar na enige tijd worden invloeden van het communisme belangrijker. Dat blijkt ook uit de hamer en de sikkel die

    op hoezen verschijnt. The Rondos hebben veel invloed gehad op de Neder-

    landse punkscene. Ze ontwikkelden het begrip 'No Wave', voor monotone,

    sterk ritmische muziek, waar ook The Ex zich door laat inspireren. In het

    begin werden covers van Wire en The Damned gespeeld, langzamerhand

    ontstond hieruit een eigen repetoire. Aanvankelijk is Kees Isings de bassist,

    doch deze wordt vervangen door Frank. Maarten van Gent verlaat de band

    na de opnamen van de eerste en enige elpee 'Red Attack'. 

    Op het eigen King Kong-label verschenen een single en een elpee van The Rondos,een single van Tandstickorschocks, een split-ep van Rondos en Railbirds,en een titelloze dubbelsingle met Rondos, Railbirds en Bunker. De Rotterdamse bands Rondos, Rode Wig, Tandstickorschocks en Sovjets vormden samen het zogenaamde Red Rock-collectief, met een sterk communistische inslag. Middels de Red Rat-strip, waarin de maatschappelijke verhoudingen treffend werden weergegeven[3], trachtten zij hun tamelijk idealistische visieuit te dragen. Het Red Rock-collectief maakte tevens gebruik van een ge-meenschappelijke oefenruimte, de bands traden vrijwel altijd gezamenlijk op en maakten gebruik van dezelfde geluidsinstallatie. Rode Wig en Sovjets brachten geen platen uit. Red Rock verzorgde tevens de uitgave van het belangrijkste Rotterdamse fanzine Raket. De meeste punks rond Red Rock woonden ook gezamenlijk, in een pand aan de 2e IJzerstraat, dat de Raketbasis werd genoemd. Het pand was van de gemeente 'geleend'met de belofte er een jongeren-activiteitencentrum van te maken, In tegen-stelling tot wat vaak beweerd wordt was het dus geen kraakpand. Wel haddende Rondos gedreigd het pand te zullen kraken als de gemeente niet met hunplannen kon instemmen. Toch wel een andere benadering dan in Amsterdam, waar een pand eerst gekraakt werd en daarna -misschien- met de gemeente onderhandeld werd.

     
    Hier een fragment uit de recensie van een concert van het Red Rock-

    collectief op 20.11.79:

     
    "…Rondos en Tandstickorshocks waren een goede keus voor deze avond,

    vooral door hun kritische teksten. Hoewel ik hier aan toe moet voegen

    dat de meeste mensen naar een concert gaan voor de muziek en niet

    goede teksten te luisteren… De Tandstickorshocks worden wel het jongere

    broertje van The Rondos genoemd. Hun nummers duren gemiddeld niet langer

    dan 10 seconden, wat wel eens lastig is, omdat een nummer van hen al is afge-

    lopen nog voor je in de gaten hebt dat het begonnen is…"[4].

     
    Het koketteren met het communisme werd achteraf door The Rondos gezien

    als een vorm van provoceren, die vergelijkbaar was met het dragen van haken-

    kruizen door punks om de gegoede burgerij te shockeren. Het is natuurlijk

    sterk de vraag of we hier echt met communisten te maken hadden. Ook bij

    Dick Polak, zanger van Mecano LTD (later kortweg Mecano) is in zijn teksten

    duidelijk sprake van invloeden van het communisme (in nummers als 'Permanent

    Revolt'). Polak, die op de kunstacademie zat en tevens Russisch had gestudeerd,

    vertaalde zelfs een gedicht uit het Russisch in zette dat op muziek.

     
    Eind 1980 besloten de Rondos zichzelf op te heffen, naar eigen zeggen van-

    wege 'teveel succes'. Daar werd hier en daar nog al cynisch op gereageerd

    in de pers, hoe kon een bij het grote publiek totaal onbekende punkgroep

    nu uit elkaar gaan vanwege teveel succes ? De Rondos duidden vooral op

    teveel succes in eigen kring, hetgeen tot slaafse navolging leidde. De leemte

    die de Rondos lieten vallen werd in Rotterdam niet opgevuld door nieuwe

    bands of door het inslaan van nieuwe wegen. Het zou jaren duren voordat

    in Rotterdam weer een nieuwe, levendige punkscene ontstond. Sommige

    punks raakten naar verluidt zo de kluts kwijt dat ze zich aansloten bij dubieuze rechtsextreme organisaties (Vedder/Goossens, pag. 89). Ik heb hiervoor overi-

    gens geen concrete aanwijzingen kunnen vinden, behalve dan in het geval van

    Pinkel, de gitarist van Tandstickorshocks die zich, uit frustratie over het

    feit dat zijn vrienden van Redrock, bij de NVU van Joop Glimmerveen aansluit

    en daarover vertelt in de documentaire Pinkel[5] van regisseur Dick Rijneke.

    In 1982 sluit Willem ter Weele zich aan bij The Ex, en een paar jaar later

    wordt ook Johannes van de Weert Ex-lid.



    [1] Zie voor een gedetailleerd verslag van het ontstaan van deze punk-klassieker: McGartland,

      Tony-Buzzcocks, The Complete History, pag. 34-35 en pag. 38-39

    [2] Goossens/Vedder, Het Gejuich was Massaal, 1996, pag. 42

    [3] Kapitalisten werden afgeschilderd als varkens en het proletariaat bestond uit onschuldig

      ogende ratjes en konijntjes, een symboliek die wel wat weg heeft van Orwell's Animal Farm.

    [4] Leids Nieuwsblad van 21 november 1979

    [5] Johan van Leeuwen, Johan was punk and he knows it, eigen beheer, 1997, pag. 52 en

       Goossens/Vedder, a.w.  pag. 89-90.

    Reacties

    eric op 21-03-2006 18:35
    interessante materie,maar hou je bij de feiten...Ik heb me laten vertellen dat op die helmettes single een studiomuziekant was ingehuurd ,die in ruil voor het meespelen een gitaar cado kreeg!!!
    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl